Edelherten op de kaart

Niet op de menukaart, maar op de kaart als in ‘afgebeeld op een gemodelleerde weergave van een deel van het aardoppervlak’.  Voor en met ARK Natuurontwikkeling volgde ik het terreingebruik van vier van de in het Groene Woud uitgezette edelherten.

Dat volgen gebeurde met GPS halsbanden. Elk uur wordt een positie doorgeseind naar een server. Mijn taak was die gegevens uit te lezen, in een goed format te gieten, en te verwerken tot inzichtelijke kaarten, tabellen en grafieken. Vervolgens hebben Bram Houben van ARK en ik al die gegevens verwerkt tot een bondige rapportage over het eerste halve jaar.

Doel was vaststellen waar de dieren leefden, welk deel van het gebied en welke habitats ze gebruikten, of ze het ecoduct goed gebruikten, en hoe al die zaken veranderden in verschillende fasen van het hertenleven. Het rapport download je hier (5 Mb, mail me voor een high-resolutie versie). Een samenvatting vind je bij dit natuurbericht.

Komende maanden wordt de analyse uitgebreid tot het hele eerste jaar, en op een aantal punten verbeterd en verfijnd. Immers, dit soort analyses roepen altijd interessante nieuwe vragen op!

Rapport vleermuizen en verkeer

Het is al  even geleden dat we dit project afrondden. Over de effectiviteit van de mitigatie van de effecten van wegen op vleermuizen. Maar hopelijk weet men het nog te vinden, want er speelt momenteel vanalles over aanleg van rondwegen, en of die wel of niet slecht uitpakken voor vleermuizen.

De rapporten zijn in het Engels, maar vrees niet, want er zit een Nederlandstalige (en een Spaanstalig) samenvatting/richtlijn bij!

En hier vind je samenvattende presentaties. Die kom ik ook graag presenteren bij jouw organisatie of adviesbureau.

 

Nieuw rapport – zeearenden in in Nederland

Voor Staatsbosbeheer stelden Stef van Rijn en ik een overzicht op van de kennis over de Zeearend in Nederland. In het rapport geven we een overzicht van onderzoek aan deze indrukwekkende vogel in Europa, en beschrijven we de vestiging van de Zeearend als broedvogel in Nederland, van de eerste wintergasten, zomergasten, en het eerste broedgeval in 2006 tot en met de stand van zaken in 2016. We zetten op een rijtje wat het broedsucces in die jaren is geweest, waar de broedende dieren vandaan kwamen en waar de in Nederland uitgebroede zeearendjes terecht kwamen. Dat konden we doen omdat een groot deel van de Nederlandse zeearend-kuikens geringd wordt.

We vermoeden wel dat niet alle waarnemingen van gekleurringde zeearenden worden gemeld. Dat is wel belangrijk om beter te snappen waar de jonge dieren blijven. Melden van waargenomen zeearenden met kleurringen kan heel eenvoudig via een nieuw website: cr-birding.org. Zeearenden kun je hier invoeren.

En het volledige rapport? Die download je hier (pdf, 6 Mb).

Rapport: muizeneters

In 2015 voerde ik samen met Delta Milieu en Bionet Natuuronderzoek, – en ondersteund door verschillende studenten en vrijwilligers – voor  ARK Natuurontwikkeling onderzoek uit naar voedselbeschikbaarheid voor muizeneters in graslanden in Midden- en Zuid-Limburg.

Kerkuil
Kerkuil

Het is een onderzoek in het kader van Beschermingsplan Oehoe, naar het jaagsucces van muizeneters in graslanden. Het onderzoek is bedoeld om meer zicht te krijgen op de verspreiding, dichtheid en beschikbaarheid van kleine zoogdieren als konijnen en muizen in relatie tot het grondgebruik en beheer. Deze zoogdieren zijn een belangrijke voedselbron voor de oehoe maar ook voor wilde kat, havik, rode- en zwarte wouw, buizerd, blauwe kiekendief, ransuil, kerkuil en torenvalk.

Uit het onderzoek blijkt dat van de verschillende graslandtypen in Zuid-Limburg, hooilanden en extensief begraasde natuurgraslanden het meeste voedsel opleveren. Deze graslanden bevatten gedurende het hele broedseizoen veldmuispopulaties. De hooilanden en extensieve begrazingsgebieden hebben alleen in het vroege voorjaar een geschikte vegetatiestructuur zodat muizenetende roofvogels effectief kunnen jagen. In de jongenperiode van roofvogels, als de prooibehoefte het grootst is, zijn hooilanden en extensieve begrazingsgebieden te ruig en worden ze minder door torenvalken bejaagd, vooral in de randen en de aanliggende bermen. De meeste jaagtijd (per hectare) is doorgebracht nabij hooilanden en op net gemaaide graslanden.

In het Kempen~Broek was het lastig om de relatie van jagende torenvalken met beheer en vegetatiestructuur te onderzoeken; de agrarische gebieden hadden vrijwel allemaal een lage dichtheid aan muizen en zelfs in de natuurgraslanden zaten matige aantallen. Kerkuilen zijn afhankelijk van jaren met pieken in de veldmuizenstand en waren in het matige seizoen van 2016 naast woelmuizen vooral aangewezen op spitsmuizen. Gebieden met variatie en randen in de vorm van houtwallen, bosranden en bronbossen bieden in slechte veldmuisjaren grote voordelen, zoals het geval was in Cottessen in Zuid-Limburg. Grootschalig agrarisch land bied in slechte veldmuizenjaren onvoldoende alternatief voor jagende kerkuilen.

Het volledige rapport is hier down te loaden.

Roots: drinken vleermuizen echt bloed?

Bijna maandelijks beantwoord ik een lezersvraag over zoogdieren in het mooie natuur-maandblad Roots. Deze maand was het een dubbelprogramma: over pluimpjes op oren  over vampiervleermuizen. De uitdaging is een informatief maar toch leesbaar en grappig stukje te maken, en dat in 100 woorden. Deze keer goed gelukt meen ik!
Roots september

Rapport reeen en geurmiddelen

Afgelopen winter voerde ik voor het Faunafonds een pilotstudie uit naar de effectiviteit van een geurmiddel in het tegengaan van schade door reeën aan perenbomen. Door de zachte winter was er noch bij de blanco, nog bij de behandelde plots geen schade, maar het middel had geen aantoonbare effecten op aanwezigheid van reeën.

Het rapport vind u hier.

Ree in perenboomgaard
Ree in perenboomgaard