Vleermuiskasten

Een van de thema’s van afgelopen weken en komende maanden is vleermuiskasten. Niet alleen ga ik de kasten die ik controleer met Vleermuiswerkgroep Gelderland uitbreiden en heb ik er nu een stel in de Noordoostpolder hangen, ook is vorige week de vleermuiskasten database waar we met een groep al sinds de 1e Bat Box Symposium aan werkten gelanceerd. Een online database voor beheren en delen van gegevens over bezetting van vleermuiskasten.

 

2016-04-27 11.36.20

wintertellingen 2016

Het leven is niet alleen maar werken, er moet ook gehobbyd worden. Een van die hobbies is het jaarlijks tellen van overwinterende vleermuizen rond wageningen. Dat is kruipen, bukken en goed kijken.

Dat tellen doe ik als lid van de Vleermuiswerkgroep Gelderland, en in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring Overwinterende vleermuizen, dat Centraal Bureau voor de Statistiek en de Zoogdiervereniging uitvoeren in opdracht van onze overheid. In alle provincies tellen vrijwilligers als wij vleermuizen in allerlei objecten. Die gegevens vormen samen landelijke en provinciale trends, en worden zelfs gebruikt voor het bepalen van de trends van vleermuizen in Europa.

Grootoorvleermuis in winterslaap.
Grootoorvleermuis in winterslaap, in een voormalige steenfabriek.

Zwermende vleermuizen inspecteren winterverblijven

Vleermuizen gebruiken hun winterslaapplaatsen niet alleen in de winter. Ze gaan er ook zwermen: vleermuizen uit verschillende kolonies of groepen vliegen er heen, gaan er dan druk rond fladderen en ontmoeten er dan hun paringspartners. In een recente publicatie van de hand van Jaap van Schaik , René Janssen, Thijs Bosch, Anne-Jifke Haarsma, Jasja J. A. Dekker en Bart Kranstauber wordt aangetoond dat de soortsamenstelling van de dieren die zwermen bij winterverblijven en die er winterslaap houden verband houden met elkaar. Dit betekent dat een verstoring in het ene seizoen, een groot effect kan hebben op het andere. Zowel paring als de overleving in de winter zijn van levensbelang voor het voortbestaan van de vleermuispopulaties. Hierdoor is het dus noodzakelijk dat winterverblijven ook in de paartijd beschermd gaan worden.

Vliegende watervleermuizen (foto: René Janssen).
Vliegende watervleermuizen (foto: René Janssen).

Continue reading “Zwermende vleermuizen inspecteren winterverblijven”

Langjarig onderzoek windmolens Noordoostpolder

Middenin het toekomstige windpark.
Middenin het toekomstige windpark.

Altenburg en Wymenga, Avitec en ik verzorgen de ecologische monitoring van een windparkproject in de Noordoostpolder. Het park gaat 86 windmolens tellen, waarvan er 38 op het land worden geplaatst en 48 in zee. De turbines worden dit jaar en in 2016 gebouwd. Opdrachtgever voor de monitoring is De Koepel, een samenwerkingsverband van windmolenexploitanten. Om mogelijke ecologische effecten van de windmolens vast te stellen wordt veldwerk verricht en worden bat detectors en radartechnologie ingezet. Een en ander resulteert in een voorspellend model ten aanzien van risicoperiodes.

Ook vleermuizen
Om de sterfte door aanvaringen te kunnen vaststellen gaan medewerkers van A&W onder andere het veld in. Gedurende een periode van vijf jaar maken zij herhaaldelijk inspectierondes in het windpark, waarbij wordt gezocht naar vogelslachtoffers. Ook vleermuizen worden in het onderzoek meegenomen. Om een beeld te krijgen van de vliegbewegingen van zowel vogels als vleermuizen in en rond het windpark wordt gebruik gemaakt van radartechnologie (door het Duitse bedrijf Avitec) en door mijn bedrijf in samenwerking met A&W met geautomatiseerde bat detectors en autotransecten. Zonder deze technologie zou het vrijwel onmogelijk zijn een goed beeld te krijgen van de vliegbewegingen, omdat veel van deze bewegingen ’s nachts plaatsvinden en de buitendijkse slachtoffers in het water verdwijnen.

Voorspellend model
De inventarisatie resulteert voor onze opdrachtgever in een voorspellend model ten aanzien van de risicoperiodes. Projectleider Erik Klop: “Stel dat turbines op een punt waar veel vliegbewegingen zijn veel sterfte veroorzaken, dan kan een aanbeveling zijn de betreffende turbines tijdens de trekperiode op bepaalde momenten stil te zetten. Die momenten zijn bijvoorbeeld bijzondere weersomstandigheden, zoals bij een bepaalde windkracht of slecht zicht door mist. Dit soort effecten betrekken we eveneens in ons onderzoek. We relateren de hoeveelheid slachtoffers dus ook aan externe omstandigheden. Wat overigens goed zou kunnen is dat het aantal slachtoffers zo klein is, dat er geen sprake is van een bedreiging op populatieniveau. Nu is het allemaal nog gissen. Straks is het weten.”

Tekst: Altenburg & Wymenga

wegen en vleermuizen: werkt mitigatie?

Deze maand startte een consortium van Deense, Baskische en (een) Nederlandse vleermuisonderzoekers  een driejarig onderzoek naar de werking van mitigerende maatregelen op vleermuizen. 

Ecoduct.
Ecoduct.

Het project is een opdracht van de Conference of European Directors of Roads. Deze gaven een consortium van Aarhus University, University of the Basque Country, Flagermus Forskning og Rådgivning, Grontmij A/S & Jasja
Dekker Dierecologie de opdracht om de komende drie jaar onderzoek gaat doen naar wegen en vleermuizen.

Wegen kunnen leefgebieden van vleermuizen versnipperen en kunnen zorgen voor sterfte. Er worden in heel Europa bij aanleg of aanpassing van wegen maatregelen genomen om die effecten weg te nemen:  hopovers, tunnels, leidende structuren over wegen. Maar niet alle methoden lijken te werken. Het project richt zich op deze “mitigerende maatregelen”, en wel specifiek op maatregelen die voor vleermuizen worden genomen.

Het onderzoek begint met een onderzoek van de Europese (grijze) literatuur over het thema. Belangrijk deel is het bevragen van ingenieursbureau’s die wegenbouwers adviseren bij mitigerende maatregelen en partijen die de maatregelen aanleggen en onderhouden. En de vraag of de effecten worden gemonitord.

Tot slot wordt in Denemarken een veldproef gedaan met veelbelovende methoden om effecten van wegen op vleermuizen te mitigeren. De inzichten worden gebruikt om richtlijnen op te stellen hoe de effecten van wegen op vleermuizen echt goed weg te nemen of te verkleinen.

We willen ons beeld zo compleet mogelijk maken. Ik hoor dus graag over uw werk aan mitigerende maatregelen voor vleermuizen.

Lees ook de flyer over het project

Publication – Myotis emarginatus

In 2007 the Dutch Mammal Society and  Regelink Onderzoek & Advies, together with the Freiburger Instituts für angewandte Tierökologie performed a study on the distribution and spatial behaviour of Myotis emarginatus in Limburg, the Netherlands. The rapport was published ages ago but we now published the study in English, in Lutra:  Lutra 56-2 Dekker et al (pdf).

INgekorven

 

In de media: nieuwe kansen vleermuizen in Waterlinie

Nieuwsbericht van de WUR (link) over ons onderzoek aan overwinterende vleermuizen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Niet de klimaatomstandigheden zoals temperatuur en vochtigheid hebben een sterke invloed op het voorkomen van vleermuizen in de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maar de grootte van de forten en de beschikbaarheid van schuilplaatsen. Dat concludeert een onderzoeksteam van Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR, in het wetenschappelijke tijdschrift Ecological Applications.

Onderzoek gestart: op zoek naar de verdwenen ingekorven vleermuizen

Sinds 2012 zijn er in een beschermd natuurgebied ongeveer 500 ingekorven vleermuizen kwijt. Bionet Natuuronderzoek,  Regelink Ecologie & Landschap en ik zijn op zoek!

Ingekorven vleermuis. Foto: René Janssen.
Ingekorven vleermuis. Foto: René Janssen.

In Midden-Limburg ligt het enige Natura 2000 gebied in Nederland waarvoor ook gebouwen zijn aangewezen als beschermd gebied: Abdij Lilbosch en Klooster Mariahoop. Deze gebouwen zijn aangewezen omdat ze dienen als kraamverblijven voor de ingekorven vleermuis. Jaarlijks wordt het aantal ingekorven vleermuizen dat op de zolders verblijft geteld door vrijwilligers. Tot en met 2012 lieten deze tellingen een stijgende lijn zien. In 2012 was dat anders: een groot aantal ingekorven vleermuizen verhuisde van Lilbosch naar Mariahoop en 500 ingekorven vleermuizen ontbraken. Een korte zoekactie in augustus 2012 leverde helaas niet de vindplaats van deze 500 dieren op.

Voor de Provincie Limburg was dat aanleiding om onderzoek te laten uitvoeren naar deze verdwenen dieren. Dit onderzoek wordt deze zomer uitgevoerd, door de combinatie Bionet Natuuronderzoek, Jasja Dekker Dierecologie, Regelink Ecologie & Landschap. Met dit onderzoek zal antwoord worden gegeven op de volgende vragen:

  • Wanneer komen de ingekorven vleermuizen terug uit hun winterverblijfplaatsen? Hoe snel gaat de opbouw in de kraamverblijfplaatsen? En hoeveel dieren zijn er deze zomer?
  • Waar wonen de 500 verdwenen ingekorven vleermuizen nu?
  • Wat is het landschapsgebruik van de ingekorven vleermuis? Jagen ze net als in 2007 in stallen, bossen en lanen? En is het terreingebruik vergelijkbaar met dezelfde soort in Vlaanderen en Wallonië?
  • Wat eten de dieren?

Time-lapse camera’s en tellingen

Om te ontdekken hoe de populatie opbouw verloopt, hangen op de zolders van Abdij Lilbosch en voormalig Klooster Mariahoop enkele time-lapse camera’s. Die maken ieder uur met infrarood een foto van de groep ingekorven vleermuizen. Ook wordt eens per maand het aantal aanwezige vleermuizen geteld.

Verzamelen mest

Onder de hangplekken van de ingekorven vleermuizen hebben we plastic vellen gelegd: hiermee wordt de mest verzameld om later te kunnen bepalen welke insecten de vleermuizen gevangen hebben en daarmee wat hun voedsel is waar ze jagen.

Recorders in snackbars

De ingekorven vleermuis is een fan van vliegen. Vliegen zijn te vinden in koeienstallen waar grote aantallen stalvliegen aan het plafond hangen. Op deze locaties hangen we luisterkastjes op om te zien of in deze stal ingekorven vleermuis jagen. Als hier de ingekorven vleermuis jaagt worden ze met behulp van mistnetten gevangen en voorzien van een zender.

Antenne op het dak van de auto

Zodra ingekorven vleermuizen gevangen zijn worden ze voorzien van een hele kleine en lichte radiozender. Deze zender zendt een radiosignaal uit dat door middel van een speciale antenne op het dak van de auto en een ontvanger opgevangen wordt. Door met de auto achter de gezenderde ingekorven vleermuis aan te rijden wordt deze vleermuis vanaf de vangplek tot aan zijn verblijfplaats gevolgd. Vervolgens wordt die verblijfplaats onderzocht: zit daar dan een deel van de de 500 verdwenen dieren?

Onderzoek windenergie en ecologie door consortium

Sinds kort werk ik in consortium met Alterra en Regelink Ecologie & Landschap aan ecologisch onderzoek in het kader van de plaatsing van windturbines op land.

De komende jaren dient 6000 MW aan extra turbines op land gerealiseerd worden. Een enorme opgave om ervoor te zorgen dat Nederland minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen. Het plaatsen vanwindturbines kan echter negatieve effecten hebben op beschermde planten en dieren. Met name vogels en vleermuizen kunnen slachtoffer worden van windmolens. Om de nationale doelstelling te halen, is het belangrijk deze kans vroeg in het planningsproces in kaart te brengen en de risico’s op slachtoffers te mitigeren.

Thijs Molenaar vleermuisexpert bij Regelink Ecologie & Landschap: “Van het foerageergedrag, migratiegedrag en aanpassen van gedrag bij het plaatsen van windmolens is nog maar een beperkte kennis voor handen. Het aantal slachtoffers van vleermuizen verminderen vraagt een combinatie van onderzoek naar de ecologie, gebruik en ontwikkeling van nieuwe apparatuur en innovatie.”

Turbine2

Het eerste project dat aan de combinatie gegund is betreft een ontwikkelingslocatie in de provincie Gelderland. In het plan is voorzien in de plaatsen van 5 windmolens. De combinatie onderzoekt in opdracht van de ontwikkelaar of effecten op beschermde soorten natuurgebieden te verwachten zijn en of het maken van een milieu effect rapportage noodzakelijk is. De combinatie van het team flexibele en ervaren (veld)medewerkers van Regelink Ecologie & Landschap, de wetenschappelijke ervaring van Jasja Dekker en de juridische-ecologische ervaring van het onderzoeksteam bij Alterra heeft de ontwikkelaar het vertrouwen gegeven het onderzoek aan de combinatie te gunnen.

Fred Kistenkas is jurist bij Alterra: “Om te voorkomen dat projecten verzanden in juridische procedures is het van groot belang dat ecologen, juristen en ontwikkelaars elkaar in een vroegtijdig stadium opzoeken. Aan het begin van een project in kunnen schatten welke mogelijke effecten te verwachten zijn zorgt ervoor dat er vaak juiste (verzachtende) maatregelen getroffen kunnen worden.”